zeist > column.php?nr=36584&stuurdoor

Column

 
 
25 november 2018

Domineesbriefje 93

Een preek van 31 december 1966. Voorganger is ds. Auke de Jong. Hij leest Psalm 90, een psalm die vanouds vaak wordt gelezen op Oudejaarsavond. De preek gaat over vers 2c: ‘Van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.’ Op het moment dat Oud en Nieuw elkaar kruisen, aan het eind van het jaar, wijst hij erop dat de bijbel heel optimistisch denkt over de mens en een vrolijk geluid laat horen over de mens.
“Nu zult u misschien denken: in de voorgelezen psalm 90 wordt juist op de tijdelijkheid van de mens gewezen. Wij groeien en bloeien als gras en verdorren dan. Wij hebben de neiging om te denken, dat daaruit volgt dat de bijbelschrijvers de mens maar een zielig wezen vinden, omdat hij zo vergankelijk is. Maar zo is het voor de bijbelschrijvers niet: de mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.
Voor de bijbelschrijver betekent de tijdelijkheid van de mens dat men één en al leven en beweging is, dat de mens steeds aan het veranderen is en steeds weer nieuwe mogelijkheden in zijn leven kan verwerkelijken, dat de mens één en al toekomst is, dat de mens toekomst heeft.
Maar willen we daar misschien tegenin brengen: er zijn toch allerlei mensen, die beslist op hun verleden dood gelopen zijn, die verstard zijn, die niet meer over hun verschrikkelijke ervaringen heen kunnen komen. En dat is waar en het zijn niet alleen enkele uitzonderingen, maar voor ons allen dreigt het gevaar dat we in het verleden blijven steken.
We weten het wel: wij mensen, onze maatschappij, is niet zoals God ons bedoeld heeft. Maar wij mogen erop vertrouwen, zo zeggen de bijbelschrijvers, dat God onze verstarringen in trauma’s en complexen en in ons verdriet zal doorbreken en ons weer in beweging zal brengen. God zal telkens weer, wanneer wij verstarren tot een koude ijsklomp, licht en leven brengen. Als wij dan maar licht en leven willen ontvangen en geen ijskast om onze ijzige persoon heen bouwen. Als wij dan ontdooid zijn, dan kunnen we weer op weg gaan de toekomst tegemoet met hoop en vertrouwen.”

Daar had Auke eerst Amen achter gezet. Maar hij had het doorgekrast en nog een paar regels toegevoegd: “Deze hoop is er niet alleen voor ons, maar ook voor onze kinderen en allen die na ons komen, want ‘Gij laat nimmer varen het werk uwer handen. Van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God’.”
Tot zover de preek van Auke de Jong, aan het eind van zijn eerste jaar als predikant in Surhuisterveen.
Ik zat met die handgeschreven, vergeelde preek in mijn handen en vroeg me af: zijn dit mooie verbleekte woorden uit vervlogen jaren, typisch jaren 60, of is het een levendig geluid, een blijvend appèl om het er steeds weer in blijdschap op te wagen, ook nu?

Auke de Jong (1933-2018), doopsgezind predikant en hoogleraar godsdienstfilosofie. Op de laatste zondag van het kerkelijk jaar hebben we  in de Doopsgezinde Gemeente Zeist stilgestaan bij zijn overlijden.


Voor meer columns zie het columnoverzicht

  Meer informatie   Facebook   Twitter   ANBI-register Doopsgezinde Gemeente Zeist
 
  contact maandblad privacy
  routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
  veelgestelde vragen inloggen  colofon
     
   
  © 2018 Doopsgezind.nl